#AlexanderSmarius

2015-07-07

Forum Romanum

Alexander Smarius werkt als docent klassieke talen aan het Amsterdamse Vossiusgymnasium en is een van de vriendelijkste mensen die ik ken. Zo nu en dan lunchen we in de IJsbreker. Dat we allebei van mening zijn dat de Bijbel net zo goed als de meer seculiere Griekse en Romeinse teksten behoort tot het gedeelde erfgoed van de mensheid, schept natuurlijk een band.

De laatste keer dat we lunchten, afgelopen donderdag, deed hij me een boekje cadeau dat hij net had geschreven: Het Forum Romanum. Het is een handig gidsje voor wie er voor het eerst komt. Zo iemand heeft zo’n gids ook nodig, want het Forum is geen makkelijke verzameling monumenten. Pompeii, Ostia en Herculaneum bieden een rechtstreekse kennismaking met het dagelijks leven, waar je meteen iets van begrijpt; het Forum is daarentegen een politieke symbool dat te verheven is voor zo’n direct contact. De grote bouwwerken in Palmyra, Baalbek, Petra of Luxor/Karnak zijn ook indrukwekkend zonder dat je weet wat ze voorstellen; het Forum is echter helemaal zo monumentaal niet. Bezoekers aan de Limes Tripolitanus of Persepolis hebben zich doorgaans grondig voorbereid, terwijl het Forum Romanum juist is ingericht op dagjesmensen. Gek genoeg is er, althans bij mijn weten, geen gids die je ter plekke kunt meenemen.

Smarius weet goed waar hij mee bezig is. De meeste gidsen beginnen hun wandeling bij de ingang bij de tempel van Faustina of bij de trap vanaf het Capitool. Dat betekent dat je altijd begint met een monument uit de Volle Keizertijd, wat in feite betekent dat je aan het einde begint. Smarius vertrekt bij de tempel van Castor en Pollux en vertelt dat die is opgericht na de slag bij het Regillijnse Meer. Dat is een obscuur gevecht uit de vroege vijfde eeuw, waarin de Romeinen, die enkele jaren daarvoor een republiek waren geworden, verhinderden dat hun koning terugkeerde. De betekenis van het Forum, als het centrale plein van een stadsrepubliek die zéér gehecht was aan zijn anti-monarchisme, is zo meteen duidelijk.

Smarius vermijdt de fout die we ook in Ancient History Magazine willen vermijden: het gebruik misbruik van Renaissance-etsen of classicistische schilderijen. Dat gebeurt in publicaties over de oude wereld helaas heel veel. Ik zou een rijk man zijn als ik elke keer een euro had gekregen wanneer het beroemde schilderij van Rembrandt is gebruikt om een verhaal over de Opstand van de Bataven te illustreren. De enige reden om dit soort afbeeldingen te gebruiken, is dat ze rechtenvrij zijn. Het straalt dan ook vooral goedkoopte uit en is didactisch catastrofaal: mensen plaatsen nu de Bataafse Opstand in de Gouden Eeuw.

Niet dat oude afbeeldingen helemaal nutteloos zijn. Smarius neemt bijvoorbeeld een oude gravure op van de ereboog van Titus, omdat de lezer zo begrijpt dat wat tegenwoordig valt te zien, grotendeels een negentiende-eeuwse reconstructie is. Verder maakt hij veel gebruik van foto’s van de fraaie maquette die Guido Cuyt, de erevoorzitter van de AVRA, heeft gemaakt. De best-gekozen illustratie is een fragment uit het handschrift van de Einsiedeln Anonymus, een monnik die in de tijd van Karel de Grote (of iets later) Rome bezocht en enkele inscripties noteerde die er nu niet meer zijn. Smarius heeft gelijk dat mensen erop moeten worden gewezen hoe we aan onze informatie komen.

Ik wil niet helemáál onkritisch zijn. Een gekleurde reconstructie van het interieur van de Basilica Julia zou handiger zijn geweest dan de huidige zwartwitprent. Uitgeverij Primavera had een tekenaar kunnen vragen die te maken. Ik zou er zelf ook niet voor hebben gekozen vragen in de tekst op te nemen. Smarius legt weliswaar uit dat die vragen er zijn als hulpmiddel om te leren kijken, maar ik denk dat veel mensen dit schools zullen vinden, en er zijn echt méér mensen geïnteresseerd in de Oudheid dan alleen de gymnasiumleerlingen voor wie dit boekje primair is bedoeld.

Dit gezegd zijnde: Smarius helpt degenen die voor het eerst op het Forum staan, werkelijk op weg. Ik kan Het Forum Romanum echt aanraden. Het is namelijk, zoals ik al zei, geen makkelijke verzameling monumenten. Als je eerste bezoek plaatsvindt zonder goede gids, zal het gegarandeerd een afknapper zijn: een blakerend heet dal in een drukke stad, vol met oud puin. Met zo’n kennismaking is niemand gediend.

#AlexanderSmarius #ForumRomanum #Italië #Rome #Romereis

2024-10-06

Was het Woord “een” god?

Het probleem met de Eindtijd is dat geen mens die al heeft meegemaakt. Het is daarom wat lastig te voorspellen wat ons staat te wachten. Er zijn echter logische redeneringen mogelijk en in de Oudheid heeft het daaraan niet ontbroken. De basis daarvan was de aanname dat God almachtig en volmaakt was. Aristoteles wees er al op dat God dan ook onveranderlijk moest zijn, want als hij zou zijn veranderd, was hij óf voor óf na die gebeurtenis minder volmaakt. Uit de aldus bewezen onveranderlijkheid volgde dat de hoogste, almachtige en volmaakste god nooit de schepper kon zijn, want ook de scheppingsdaad is een verandering.

Gods vizier

Je kon vervolgens redeneren dat er dus geen Schepping was geweest en dat er ook geen Eindtijd zou zijn. Even logisch was een andere gedachte: dat er naast de allerhoogste God een ander bovennatuurlijk wezen moest zijn dat verantwoordelijk was voor de Schepping en dat in de Eindtijd een rol zou spelen. De joodse literatuur heeft nogal wat van die middelaarfiguren, die niet per se zijn geïnspireerd door Aristoteles. Elke antieke vorst had voor het dagelijks bestuur een rechterhand: een chiliarch, een vizier of een praetoriaanse prefect. Het was alleen maar logisch dat ook God iemand had die de wereld namens hem bestuurde. De profeet Daniël is er expliciet over: bij het Laatste Oordeel worden er tronen, meervoud, neergezet voor God en de Mensenzoon, en het is die laatste die het oordeel uitspreekt.noot Daniël 7.9-14.

De joodse middelaarfiguren zijn vergeten geraakt – ik zal zo uitleggen waarom – maar er is heel wat over gespeculeerd. In de Oorlogsrol treden de aartsengel Michaël en een “Lichtvorst” op. In de henochitische literatuur is er sprake van een Uitverkorene die het Laatste Oordeel velt en die al bestond vóór de Schepping. We lezen ook weleens over een Melchisedek, wat misschien het personage uit Genesis is,noot Genesis 14.18. en bovendien “koning van rechtvaardigheid” betekent. Op soortgelijke wijze was bij de filosoof Filon van Alexandrië Gods Woord de middelaar tussen de transcendente God en de Schepping, noch ongeschapen, noch geschapen.noot Filon van Alexandrië, Wie is de erfgenaam van de goddelijke zaken? 206. Dit is het beeld dat we ook kennen uit het Nieuwe Testament.

Jezus, het Woord en de Kleine Jahweh

Ik noem nog de henochitische tekst die bekendstaat als Sefer Hechalot (“Het boek van de hemelse paleizen”). Hierin is er naast God een wereldbesturende engel Metatron, “troongenoot”, die in koninklijke gewaden wordt gestoken en de verheven naam Jahweh krijgt. Om hem te onderscheiden van de echte Jahweh, heet hij ook wel de Kleine Jahweh. Uit de joodse literatuur van de Late Oudheid blijkt dat de toenmalige geleerden zich ongemakkelijk voelden bij wat ze de “twee machten” noemden: er kon immers maar één God zijn. Dit ongemak betekent dat het beeld van een Kleine Jahweh die namens de ene, ware, hoogste God de wereld bestuurt, heel erg oud moet zijn.

Ik stelde Michaël, de Lichtvorst, de Mensenzoon, Melchisedek, de Uitverkorene, Metratron, het Woord van God en de Kleine Jahweh aan u voor omdat hun bestaan een voorbeeld is geweest voor de wijze waarop de volgelingen van Jezus hun messias interpreteerden. Paulus’ Brief aan de Filippenzen presenteert Jezus als iemand die weliswaar de gestalte van God had, maar slaaf werd en stierf, en daarna werd verheven en de naam kreeg die boven alle namen was verheven – Jahweh dus.noot Filippenzen 2.6-9. (Nog interessanter: Paulus citeert hier een hymne, die dus pre-Paulinisch is en stamt van de allereerste christenen.)

Het Woord in Johannes 1.1

Omdat Jezus dus te interpreteren was als de Kleine Jahweh, is het mogelijk de beroemde proloog van het Evangelie van Johannes anders te lezen dan we gewend zijn. De NBV21-vertaling, waar ik alleen maar lof voor heb, maakt ervan:

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God.noot Johannes 1.1.

maar omdat het Grieks geen onbepaald lidwoord heeft, kan het ook

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was een God.

zijn. Het Woord, Jezus Christus dus, wordt dan geïdentificeerd als de middelaar tussen God en de Schepping. Die vertaling is niet gangbaar en roept zelfs weerstand op. Het oogt immers nogal willekeurig als in één en dezelfde korte zin hetzelfde woord de ene keer “God” en de andere keer “een God” zou betekenen. Van de andere kant: juist dat spel maakt de tekst poëtisch en indrukwekkend. En taalkundig is het mogelijk. Alexander Smarius, die hier weleens een blogje schrijft, heeft een filmpje gemaakt waarin hij het uitlegt.

[youtube youtube.com/watch?v=f_UOnub_t2]

Mocht u het in wat meer detail willen nalezen, dan kunt u terecht bij het artikel dat Smarius over de materie publiceerde: “Another God in the Gospel of John? A Linguistic Analysis of John 1:1 and 1:18”, in Horizons in Biblical Theology 44 (2022).

Tot slot

Nog een laatste punt. Hoewel de joodse literatuur veel middelaarsfiguren kent en hoewel die middelaarsfiguren opduiken in allerlei stromingen van het jodendom, zullen de meeste antieke joden hun wenkbrauwen er toch bij hebben opgetrokken. Tegelijk: het denkbeeld behoorde bij het grote conglomeraat van joodse ideeën, en dat het in moderne ogen geen zuiver monotheïsme is, wil alleen maar zeggen dat wij andere definities hebben van wat monotheïsme zou moeten zijn.

Die nieuwe definities zijn ontstaan vanaf de Late Oudheid. De rabbijnen wezen de “twee machten” af, ongeveer vanaf het moment dat duidelijk was dat er een monotheïstische stroming bestond die meende dat de vacature van middelaar was vervuld door Jezus. Anders gezegd, het rabbijnse jodendom beschouwde het idee van een tweede god als te christelijk om nog acceptabel te zijn. Metratron werd nooit helemaal vergeten, de andere middelaars wel.

Aan de andere zijde van het monotheïstische spectrum voegden de christenen een derde persoon toe aan de twee-eenheid: de Heilige Geest. Daarna hadden ook zij geen belangstelling meer voor Michaël, de Lichtvorst, Melchisedek, de Uitverkorene en wat dies meer zij. Pas in de twintigste eeuw werd de rijkdom van de Dode Zee-rollen en de Henochitische literatuur herontdekt.

#3Henoch #AlexanderSmarius #BriefAanDeFilippenzen #Eindtijd #EvangelieVanJohannes #FilonVanAlexandrië #KleineJahweh #LaatsteOordeel #materie #Metatron #NieuweTestament #Oorlogsrol #Paulus #SeferHechalot #tweegodendom #Woord

Client Info

Server: https://mastodon.social
Version: 2025.07
Repository: https://github.com/cyevgeniy/lmst