#beiroet

2023-10-05

Romeins Recht (3): Justinianus

Modern standbeeld voor Ulpianus (Tyrus)

In het eerste stukje legde ik uit dat het Romeins Recht uiteenlopende bronnen had en in het tweede stukje toonde ik hoe rechtsgeleerden steeds meer zochten naar systematiek. Rond het midden van de derde eeuw na Chr., toen het Romeinse Rijk door een crisis ging, kwam er een tijdelijk einde aan deze rechtspraktijk. Wat dit in feite betekende, is moeilijk te achterhalen, maar het is opvallend hoe weinig documentatie we hebben uit deze periode. Vermoedelijk dateren de eerste codices, privéverzamelingen voor deze of gene provincie, uit deze tijd. Het was pas keizer Constantijn die zich weer om het Romeins Recht bekommerde en enkele rechtsgeleerden aanwees wier adviezen voortaan rechtskracht hadden. Dit staat bekend als de Citeerwet maar feitelijk was het een constitutie of, zo u wil, een decreet.

De vierde en vijfde eeuw

De tweede helft van de vierde eeuw is wel getypeerd als een renaissance en inderdaad werden allerlei oude teksten gekopieerd. Dat gold ook voor rechtsgeleerde teksten: ze werden, soms als samenvatting en altijd met aanpassingen (bijvoorbeeld aan het vernieuwde muntstelsel), opnieuw gepubliceerd. Sommige compendia hebben we over, zoals de Sententiae (“adviezen”) van Julius Paulus van Emesa en de Epitome (“samenvatting”) van Ulpianus van Tyrus. Deze laatste was overigens juridisch adviseur geweest van de keizers Caracalla (r.211-217) en Severus Alexander (r.222-235). We hebben zijn werk dus over in een vierde-eeuwse vorm. Ongetwijfeld zijn die benut in de rechtsscholen, zoals de beroemde instelling in Beiroet, dat zich tot op de huidige dag presenteert als nutrix legum, “de voedster van de wetten”.

In de derde eeuw en vroege vierde eeuw was er nogal wat wildgroei geweest. De leraren van de rechtenfaculteit in Beiroet namen het voortouw bij de herordening van het corpus aan wetten, constituties, decreten en andere regels. Een zekere Cyrillus schreef een systematische uitleg van alle juridische definities en zijn opvolgers adviseerden de keizer in Constantinopel. Er waren ook invloeden vanuit het joden- en christendom, zoals te vinden in de Collatio Legum Mosaicarum et Romanarum, waarin de wetten van Mozes naast het Romeinse recht worden geplaatst.

Keizer Theodosius II (r. 408-450) begreep hun verlangen naar één, systematisch geordend stelsel en gaf opdracht tot een codex van alle keizerlijke constituties sinds de regering van Constantijn de Grote. Deze Codex Theodosianus, gepubliceerd in 438, is zeer invloedrijk geweest. Na de desintegratie van het Romeinse bestuur in West-Europa waren er speciale edities voor de opvolgerstaten in Gallië (het Breviarium Alaricianum en de Lex Romana Burgundionum), op het Iberische Schiereiland (de Lex Romana Wisigothorum en het ambitieuze Forum Iudicum) en Italië (Edictum Theodorici).

Justinianus

Het Romeinse Recht zal echter voor altijd verbonden zijn met keizer Justinianus, die in 527 aan de macht kwam en onmiddellijk opdracht gaf tot codificatie van het volledige rechtssysteem. Het Corpus Iuris vormt het hoogtepunt van een juridische traditie die een ruim millennium eerder was begonnen met de Wetten van de Twaalf Tafelen.

Een team van tien rechtsgeleerden onder leiding van Tribonianus moest “selecteren wat nuttig was” in de handboeken, monografieën en commentaren uit de tweede en derde eeuw, alsmede de recentere compendia. “Herhalingen en tegenstrijdigheden moesten worden vermeden”, “alles wat onvolledig, onnodig of verouderd was, moest worden gewist” en de teksten moesten indien nodig worden geactualiseerd.

Het Corpus Iuris bestaat uit vier delen. Het omvangrijkste deel staat bekend als de Digestae. In vijftig boeken, onderverdeeld in titels, hoofdstukken en paragrafen, wordt elk denkbaar onderwerp behandeld. Omdat Justinianus dit uitdrukkelijk had geëist, moesten de namen van de oorspronkelijke rechtsgeleerden worden genoteerd. Een moderne verwijzing naar “Ulp., D. 50.15.1. pr.” betekent dat een opinie van Ulpianus wordt bedoeld, te vinden in het vijftigste boek van de Digesten, titel vijftien, hoofdstuk één, in de proloog. In de betreffende passage valt te lezen dat verschillende steden in Syrië de rang van colonia combineerden met Italiaanse rechten, en dat Ulpianus’  geboorteplaats Tyrus er één van was, omdat het de nobelste stad van allemaal was, heel oud, zeer betrouwbaar in de naleving van verdragen en uiterst loyaal aan Rome. Dat deze lofzang behouden is gebleven, suggereert dat Tribonianus’ team niet alles heeft gewist wat niet nodig was.

Tegelijk met de Digesten verscheen het handboek Institutiones, dat gebaseerd was op het al genoemde handboek van Gaius. Op twee nieuwe publicaties volgde de Codex Justinianus, een uitgebreidere versie van de Codex Theodosianus met keizerlijke constituties. Constituties die na de publicatie van deze drie teksten zijn verschrenen, zijn opgenomen in de Novellae. Die zijn gepubliceerd in het Grieks.

Romeins Recht als historische bron

Samen staan deze vier teksten – Institutiones, Codex, Digestae, Novellae – bekend als het Corpus Iuris. Voor een historicus vormt het hierin beschreven Romeins Recht een ware goudmijn. Hier hebben we een grote hoeveelheid wetgeving, relevant voor de Late Oudheid, maar gebaseerd op oudere regelgeving, die we vaak kunnen reconstrueren.

Bovendien bieden de Digesten inzicht in kwesties die juridisch advies vereisten, zodat we veel vernemen over de dingen die er voor de Romeinen werkelijk toe deden. Af en toe herken je de persoonlijkheid van een juridisch expert. Het zegt veel over het gevoel voor humor van Julius Paulus dat hij, in zijn commentaar op een wet die overspel bestrafte met verbanning naar een eiland, adviseerde de veroordeelden te sturen naar twee verschillende eilanden.

Tot slot: een van de grote vragen is hoe de Digesten in slechts drie jaar tot stand hebben kunnen komen. De verklaring is vrijwel zeker dat er een oudere collectie is geweest in de rechtsschool van Beiroet. We moeten het materiaal daarom met enige voorzichtigheid benutten. De originele teksten zijn geschreven in Italië, de eerste collectie was relevant voor Beiroet en Justinianus voerde deze opnieuw voor de Romeinse wereld van de zesde eeuw. Ik zou de informatie uit de Digesten dus niet zomaar extrapoleren naar pakweg Romeins Nijmegen of Tongeren.

[Met dank aan Sidney Smeets]

#beiroet #breviariumAlaricianum #caracalla #codexJustinianus #codexTheodosianus #collatioLegumMosaicarumEtRomanarum #constantijnDeGrote #corpusIuris #edictumTheodorici #forumIudicum #juliusPaulus #justinianus #lexRomanaBurgundionum #lexRomanaWisigothorum #libanon #romeinsRecht #severusAlexander #theodosiusIi #tribonianus #tyrus #ulpianus

2022-12-25

F3 | Fakhr-ad-Din in Italië

Fakhr-ad-Din

[Derde blogje in een vijfdelige reeks over Fakhr-ad-Din Ma’n (1572-1635), de Druzische krijgsheer die een tijd woonde in Italië en de Levant zou hebben kunnen moderniseren. Het eerste blogje was hier.]

Fakhr-ad-Din in Florence

Een van onze voornaamste bronnen is het Leven van Fakhr-ad-Din van een geleerde dichter genaamd Achmad al-Khalidi van Safed. Hij baseert zich voor de gebeurtenissen in Toscane op een ooggetuigenverslag dat door de emir lijkt te zijn geautoriseerd. Khalidi vermeldt de hierboven genoemde ergernissen, en meer. Een Druzische krijgsheer ging te paard, niet opgesloten in een rijdende kist. De koets die de Toscaanse hovelingen hadden voorgereden, bleef dus ongebruikt.

Het Druzische gezelschap woonde aanvankelijk in de Palazzo Vecchio in Florence. Het paleis zal hun zijn bevallen. Weinig inkijk, wel een besloten binnenplaats. Fakhr-ad-Din zou het later in Beiroet laten nabouwen op een plek achterin de huidige Jardin de Pardon.

Portret van Cosimo II, de gastheer van Fakhr-ad-Din

Ondertussen observeerde de emir dat het groothertogdom goed georganiseerd was. Alles leek gereguleerd in wetboeken. Er bestond in Italië iets dat drukpers heette en ook hadden ze er banken. Het trof hem dat de Toscaanse heerser zijn eigen dynastieke opvolging kon regelen, terwijl in de Ottomaanse wereld altijd instemming was vereist van de sultan. Fakhr-ad-Din stelde ook vast dat de vorst meedeed aan het carnaval, wat iets heel anders was dan de afstandelijke waardigheid die een emir moest uitstralen.

Ondertussen zocht Fakhr-ad-Din steun. Militaire steun. Hij hamerde op de zwakte van het Ottomaanse Rijk en bleef zijn eigen zwakte bagatelliseren. Groothertog Cosimo zond dus een verkenningsmissie naar Sidon, die bevestigde dat waarnemend emir Yunus de teugels stevig in handen had. De Ottomaanse troepen lieten hem met rust. Dat was echter omdat Yunus voor Constantinopel acceptabel was, niet omdat hij zo sterk stond. Maar dat schaadde de plannen voor een kruistocht niet.

Palermo en Napels

Desondanks kwam die er niet. Dus besloot Fakhr-ad-Din zijn geluk elders te beproeven. Het lijkt erop dat hij langzaam heeft moeten ontdekken dat de westelijke christenheid niet de eenheid was die hij dacht dat het was. Jeruzalem viel moeiteloos te veroveren, meende hij nog steeds, maar hij voegde nu toe “als de Europese machten eensgezind waren”. Een stil verwijt. De paus had nog steeds niet opgeroepen tot een kruistocht. Hij had bovendien ontdekt dat Toscane alleen te zwak was. De Spaanse gewesten in Italië leken sterker. Bovendien lagen Palermo en Napels in de frontlijn met het Ottomaanse Rijk. In die steden zou men de urgentie beter begrijpen dan in Florence. En dus nam hij in de zomer van 1615 afscheid van de Medici en voer hij naar Messina.

Hij was nog maar net vertrokken toen in Toscane een brief aankwam uit Constantinopel. Grootvizier Nasuh Pasha, de aartsvijand van Fakhr-ad-Din, was ervan beschuldigd staatsgeheimen te hebben gelekt naar de Perzen en was gearresteerd. Een Ali Pasha – we weten niet welke – liet Fakhr-ad-Din weten dat hij hem graag zag terugkeren. Helaas was de Druzische krijgsheer inmiddels op Sicilië. Het hof in Constantinopel zou nooit vergeten dat hij was overgelopen naar een machtige vijand.

Het voormalige Druzische kasteel bij de bronnen van de Jordaan

Erger nog: terwijl Fakhr-ad-Din in Spaans Italië verbleef, brokkelde de positie van zijn broer Yunus in Libanon af. Sji’itische groepen hadden bijvoorbeeld het Druzische kasteel bij de bronnen van de Jordaan gesloopt en bedreigden Safed in het noorden van wat nu Israël is. De Sayfa-familie, waarmee Fakhr-ad-Din aan het begin van zijn carrière had afgerekend, was bezig met een come-back.

Dus keerde Fakhr-ad-Din in de zomer van 1618 terug. Hij was op het nippertje ontsnapt aan de verdrinkingsdood toen een storm zijn schip bijna had doen kapseizen; mastloos en stuurloos strandde het bij Akko. De emir wist dat zijn vijanden zijn territoria bedreigden en dat hij, doordat een cruciale brief te laat was aangekomen, persona non grata was gebleven in Constantinopel. Hoewel de nieuwe grootvizier Ahmet Pasha hem goed gezind was, was het doodsvonnis van Fakhr-ad-Din feitelijk getekend. Het zou echter nog jaren duren voordat de beul het voltrok.

[Wordt om 12:00 vervolgd]

#AchmadAlKhalidi #AhmetPasha #Akko #AliPasha #bank #Beiroet #CosimoIIDeMedici #druzen #FakhrAdDin #Florence #Italië #JardinDePardon #Libanon #Messina #Napels #NasuhPasha #OttomaanseRijk #PalazzoVecchio #Palermo #SayfaFamilie #Toscane #YunusMaN

2025-08-04

‘We wilden niet opnieuw afhankelijk zijn van informatie van buitenaf. Dit keer wilden we het verhaal zélf vastleggen’, vertelt Ahmad Mroueh. Hij is mede-initiatiefnemer van #Beirut607, een initiatief dat de verhalen van slachtoffers van de enorme #havenexplosie in #Beiroet onder de aandacht wil brengen.

👉 Lees meer via mo.be/reportage/vijf-jaar-na-d

2020-08-13

Waarom Beiroet een speciale stad is

Deze huizen staan er niet meer

Beiroet is getroffen door een explosie die zelfs in oorlogstijd opmerkelijk zou zijn. De haven van de Libanese hoofdstad is weggevaagd maar ook elders is de schade groot. U las misschien het persoonlijke verslag dat ik zojuist op deze blog plaatste. De explosie heeft politieke gevolgen. Een goed commentaar op het aftreden van het kabinet en Macrons hulppakket leest u hier.

De haven van Beiroet vormde een van de voornaamste aanvoerlijnen van het kleine land. Een land met een bevolking van 4,5 miljoen mensen die anderhalf miljoen vluchtelingen opvangen. Vlakbij die haven ligt, aan de andere kant van de grote kustweg, een traditioneel christelijke stadswijk. Wie er doorheen loopt, weet waarom Beiroet al sinds mensenheugenis “het Parijs van het Midden-Oosten” heet. In deze wijk heeft de stad zeker een Frans tintje.

Als u een beeld van de getroffen stadswijk wil hebben, is echter ook een andere parallel mogelijk. Met een museum, met nauwe straatjes en scooters, met het stadspaleis van een rijke familie, met talloze kleine bedrijfjes, met een paar kerken, met telefoon- en electriciteitskabels, met een hoop herrie, met een even lange als elegante trap gewijd aan Sint-Nikolaas, met sportscholen, met affiches en graffiti, met verkeersopstoppingen en met allerlei leuke restaurants zou het net zo goed Zuid-Italië kunnen zijn.

Beiroet is ook een stad die haar veerkracht heeft behouden. Terwijl ze het hoofd heeft moeten bieden aan grote, grote problemen. Een vriendin die haar huis door de explosie verwoest zag en die in haar straat de slachtoffers heeft geholpen, woont nu tijdelijk bij familie in de bergen maar is al bezig met het voorbereiden van haar terugkeer. Het zal niet de eerste keer zijn dat ze alles van voren af aan moet helpen opbouwen.

Vandaag is een grote actie om geld in te zamelen. U leest er hier meer over. Het geld zal niet gaan naar de Libanese overheid, maar gaat naar NGOs. Natuurlijk ken ik die niet allemaal maar ik ken in Libanon twee zusters die goede banen hebben opgegeven om te gaan werken voor vluchtelingenorganisaties, de een als projectmanager en de ander in het onderwijs. In elk geval bij hen blijft niets aan de strijkstok hangen. Eén van hen zou deze zomer trouwen, wat eerst door de corona-crisis en inmiddels door de explosie-crisis moest worden uitgesteld.

Kortom, lieve mensen, steun die actie. Als u zich vandaag wil verdiepen in Libanon, gewoon om er eens wat meer van te weten, dan heeft u hier een link naar alle stukjes die ik erover schreef. Maar liever heb ik dat u daar klikt.

#Beiroet #explosieInBeiroet #Libanon

2025-06-18

Libanon verloor alle hoop. ‘Told by my Mother’ maakt dat voelbaar in het Holland Festival

Het ergste aan vermissing is misschien wel de buitenwacht, die niet begrijpt dat achterblijvers van vermisten weigeren zich nabestaande te laten noemen. Zolang er geen tastbaar en dus onomstotelijk bewijs is geleverd van de dood van de vermiste houden ze hoop. Niet tegen beter weten in, want beter weten, dat is iets voor buitenstaanders. 

De performers van ‘Told By My Mother’ houden er […]

#3 #beiroet #Libanon #recensie

cultureelpersbureau.nl/2025/06

RTL Nieuwsrtlnieuws
2025-03-28

𝗜𝘀𝗿𝗮ë𝗹𝗶𝘀𝗰𝗵𝗲 𝗯𝗼𝗺𝗯𝗮𝗿𝗱𝗲𝗺𝗲𝗻𝘁𝗲𝗻 𝗼𝗽 𝘇𝘂𝗶𝗱𝗲𝗹𝗶𝗷𝗸𝗲 𝘄𝗶𝗷𝗸 𝗕𝗲𝗶𝗿𝗼𝗲𝘁: '𝗦𝘁𝗮𝗮𝗸𝘁-𝗵𝗲𝘁-𝘃𝘂𝗿𝗲𝗻 𝗼𝗻𝗱𝗲𝗿 𝗱𝗿𝘂𝗸'

De Israëlische luchtmacht heeft zware bombardementen uitgevoerd op een zuidelijke wijk van Beiroet. De aanvallen waren gericht op een gebouw in de wijk. "Het staakt-het-vuren staat daarmee onder druk", zegt correspondent Pepijn Nagtzaam.

rtl.nl/nieuws/buitenland/artik

2025-03-21

[14:52] Onder de mat van de geschiedenis vandaan: wie zijn die vluchtelingen echt?

Het is nog niet zo eenvoudig om een goed en fair beeld te geven van een stad, een samenleving, de veelkleurigheid ervan. Leren kijken vergt doorzettingsvermogen, leert fotografe in Beiroet.

frieschdagblad.nl/cultuur/Onde

#Beiroet

2025-03-02

Prinses Marianne in Palestina

Prinses Marianne was een dochter van de Nederlandse koning Willem I en zijn echtgenote Wilhelmina. Rond haar twintigste trouwde ze met Albrecht van Pruisen, maar het huwelijk liep op de klippen en ze ontweek haar echtgenoot door vaak op reis te gaan. In juli 1849, kort na de dood van haar broer Willem II, vertrok ze weer eens, ditmaal naar Sicilië, Egypte en het Heilig Land. Reisgenoten hebben dagboeken bijgehouden en brieven geschreven, die door Kees van der Leer en Marieke Spliethoff zijn gebruikt om een mooi, pas uitgekomen boekje te maken, Op reis met prinses Marianne. Ik pik er wat krenten uit.

De negentiende-eeuwse en antieke Levant

Maar eerst wat context. Vanaf 1831 was de Levant bezet geweest door troepen van Muhamad Ali, de naar onafhankelijkheid strevende bestuurder van Ottomaans Egypte. De bezetter had het gebied in revolutionair tempo gemoderniseerd, wat had geleid tot grote onrust. In 1840 was weliswaar een einde gekomen aan het Egyptisch gezag, maar de onvrede was gebleven; ik citeerde Gérard de Nerval al eens. Traditionele leiders, die het vertrouwen van de bevolking hadden, waren verdwenen, en konden niet langer bemiddelen. Dit zou in 1860 leiden tot een geweldsuitbarsting zoals het Midden-Oosten al heel lang niet had gezien.

Van der Leer en Spliethoff beschrijven een reis in deze gespannen tijd. Ze baseren zich vooral op de brieven van dominee Gerhard Heinrich van Senden, die zich vóór de reis al jaren had beziggehouden met de topografie van het Heilig Land. Hij had er diverse toespraken over gehouden en een meerdelige Bijbel-Atlas over gepubliceerd. Die geven een prachtig beeld van de geleerdheid van de vroege negentiende eeuw: hij kon nog niet profiteren van de inzichten die we danken aan de ontcijfering van de hiërogliefen, archeologie bestond nog niet, en een reis was niet voor iedereen weggelegd. Van Senden moet een gat in de lucht hebben gesprongen toen hij vernam dat de prinses hem meenam. We danken er een nieuwe publicatie aan: Het Heilige Land, of mededelingen uit eene reis naar het oosten, gedaan in de jaren 1849 en 1850.

Het Heilig Land

Wat bezochten prinses Marianne en de haren zoal? Op reis met prinses Marianne beschrijft het dus aan de hand van die brieven en illustreert het met mooie, goed gekozen negentiende-eeuwse afbeeldingen. Zoals voor veel reizigers was Egypte de eerste bestemming. Alexandrië en de piramiden kwamen aan bod. Een tocht door de woestijn à la Mozes naar het Beloofde Land zat er niet in; per schip kwam de prinses aan in Jaffa, en daarvandaan reisde men naar Jeruzalem. De stad schijnt te zijn uitgelopen voor de Nederlandse gasten.

Jeruzalem vormde de basis voor diverse uitstapjes: Bethlehem natuurlijk en Hebron; later Jericho, de Dode Zee en de Jordaan. Daarna naar het noorden, naar Nazaret, het meer van Galilea, Akko, Tyrus, Sidon, de bronnen van de Jordaan en Damascus. Van der Leer en Spliethoff citeren verschillende delen uit de correspondentie van Van Senden, die Damascus prachtig vond. Ik voor mij had hierover iets meer willen lezen, want de christelijke gemeenschap in Damascus is in 1860 uitgemoord, inclusief de Nederlandse consul met wie prinses Marianne en dominee Van Senden contact moeten hebben gehad.

Via Baalbek reisde het gezelschap naar Beiroet, met een verblijf op 23/24 april 1850 in “Zaglet”. Dat zal het Grieks-katholieke stadje Zahlé wel zijn, en ik hoop nog eens meer te ontdekken over dat bezoek, want het was de feestdag van Sint-Joris en de reizigers passeerden Karak Nuh, waar de afstammelingen van Noach – dat zijn we natuurlijk allemaal – het graf van de patriarch toonden. (Mark Twain deed er enkele jaren later mooi verslag van.) Vanuit Zahlé reisde men over de Libanon naar Beiroet, waar de thuisreis werd aanvaard.

Weer thuis

De reizigers hadden wat souvenirs bij zich, waaronder een mummie, de nodige oudheden en vervalsingen. Van Senden publiceerde het eerste deel van zijn boek Het Heilig Land, maar overleed voordat hij het tweede deel kon voltooien. Hij heeft nooit gehoord dat het spijkerschrift was ontcijferd. Ik zou zijn reactie wel hebben willen kennen, want uit Op reis met prinses Marianne komt hij naar voren als een geïnteresseerde man, die alles onderzocht wil hebben.

Prinses Marianne en de haren waren vanzelfsprekend niet de eersten of laatsten die de Levant bezochten. Ik heb al eens verteld over het indrukwekkende boek van Cornelis de Bruijn, die eind zeventiende eeuw schitterende tekeningen maakte van wat hij had gezien en en passant de kleurendruk introduceerde. Mariannes reisgenoten zouden in 1850 Gustave Flaubert hebben kunnen ontmoeten. Van de Nederlandse bezoekers noem ik Abraham Kuyper nog even en de mensen die inspiratie kwamen opdoen voor de aanleg van de Heilig-Landstichting bij Nijmegen.

De reis van prinses Marianne en dominee Van Senden was er een onder vele en het is opvallend dat de reizigers eigenlijk allemaal dezelfde dingen zijn wezen bekijken. Ik vermoed dat de gidsen ter plekke ook toen al hun vaste itineraria hadden langs plaatsen waarvan ze wisten dat toeristen er mooie dagen zouden hebben.

#AbrahamKuyper #Baalbek #Beiroet #CornelisDeBruijn #Damascus #GérardDeNerval #GerhardHeinrichVanSenden #GustaveFlaubert #HeiligLandstichting #Israël #Jeruzalem #KarakNuh #KeesVanDerLeer #Libanon #MarianneVanOranjeNassau #MariekeSpliethoff #MarkTwain #Palestina #Zahlé

2025-02-13

De moord op Rafiq Hariri

Rafiq Hariri

Morgen is het 14 februari en u kunt al raden over welke beroemde Romein er op deze Oudheidblog een stukje klaar staat. Ik vestig er vanavond echter de aandacht op dat het morgen twintig jaar geleden is dat in Beiroet een moordaanslag plaatsvond: Rafiq Hariri, voormalig premier van Libanon, liet daarbij het leven, samen met enkele leden van zijn lijfwacht en omstanders.

Premier

Hariri was geen heilige, maar wel een efficiënte politicus. Hij was geboren in Sidon – ik blogde er al eens over – en had in de jaren zeventig een vermogen verdiend bij diverse bouwprojecten in de Arabische wereld. Later, in 1989, was hij een van de architecten van de Ta’if-akkoorden geweest, die een einde maakten aan de Libanese Burgeroorlogen. Drie jaar later benoemde president Elias Hrawi hem tot premier.

Tot Hariri’s meest opvallende daden behoort de oprichting van Solidere, de Société libanaise pour le développement et la reconstruction. Die organisatie moest het zwaar geteisterde stadscentrum van Beiroet herbouwen. Wie daartoe werd onteigend, werd gecompenseerd met aandelen. Dat Hariri ook zelf aandelen bezat, was vanzelfsprekend aanleiding tot kritiek, en er zijn volop protesten geweest tegen Solidere. Zoals ik als schreef: hij was geen heilige. Het resultaat was in elk geval een stadscentrum met ietwat voorspelbare maar daarom niet minder prachtige moderne architectuur.

Nieuwbouw in Beiroet

Ondertussen waren de Syrische bezettingstroepen, die zich aan het begin van de Burgeroorlogen in Libanon hadden gevestigd, nog altijd in Libanon. In 2004 kwam het tot een stevige politieke crisis toen Syrië enorme druk uitoefende om de Libanese grondwet zó te veranderen dat president Émile Lahoud (de opvolger van Hrawi),  wat langer kon aanblijven. Hariri protesteerde en trad af. Enkele weken later, op 14 februari 2005, kwam hij om het leven bij een bomaanslag.

Wie vermoordde Rafiq Hariri?

De volgende maand is beslissend gebleken voor de geschiedenis van Libanon. De eerste vraag was, vanzelfsprekend, wie verantwoordelijk was. De Hezbollah wist zeker dat Israël erachter zat, maar de meerderheid van de Libanese bevolking was ervan overtuigd dat de Syrische president Bashar al-Assad opdracht had gegeven. Moord zou inderdaad niet beneden de Syriërs zijn geweest: in de volgende maanden werden diverse critici van de Syrische bezetting uit de weg geruimd, waaronder de journalist Samir Kassir.

In 2020 oordeelde het in Leidschendam verblijvende Speciaal Tribunaal, ingesteld door de Verenigde Naties en Libanon, echter dat Hezbollah-lid Salim Ayyash schuldig was aan de moord. De jury meende verder dat er geen bewijs was dat de leiding van Hezbollah of de Syrische regering betrokken waren geweest. Die conclusie dateert dus van vijf jaar geleden. Twintig jaar geleden ontbrak deze informatie.

De Cederrevolutie

In 2005 draaide spitste de discussie nog om Syrië. Op 8 maart was er een pro-Syrische demonstratie, waar Hezbollah-leider Hassan Nasrallah zich keerde tegen degenen die inmiddels het vertrek van de bezetters eisten. Zes dagen later, op 14 maart, demonstreerden een miljoen mensen tegen de Syrische aanwezigheid. De druzische leider Walid Jumblatt was een van de sprekers en riep op tot een intifada tegen Syrië. Soennitische en christelijke politici deden soortgelijke uitspraken en in de volgende weken kwam de leiding van deze coalitie in handen van Hariri’s zoon Saad, die enkele jaren later minister-president zou worden aan het hoofd van een regering van nationale eenheid.

De demonstranten op 8 en 14 maart stonden voor twee visies op de toekomst. Aan de ene kant stonden politici als Émile Lahoud en Hassan Nasrallah, die het land door Israël bedreigd achtten en steun zochten bij Syrië en Iran. Omdat Israël al in 2000 de laatste bezette gebieden in Zuid-Libanon had ontruimd, klonk dit niet overtuigend, zodat de andere visie kwam te domineren: dat Libanon zich moest oriënteren op Saoedi-Arabië, de Golfstaten en de welvarende landen in Europa en Amerika.

In de weken die volgden, won deze visie aan kracht bij de Libanese bevolking, die niet voor het eerst of laatst blijk gaf van haar revolutionair, democratisch potentieel. Syrië antwoordde, zoals gezegd, met aanslagen. Het waren achterhoedeacties, want al in april vertrokken de Syrische troepen. De bezetting had negenentwintig jaar geduurd. Libanezen spreken van de Cederrevolutie.

Het eerste graf van Hariri; inmiddels is er een nieuw monument.

Toen en nu

De vraag wat Libanon moet zijn, voorhoede in de strijd tegen Israël of brug tussen de Oriënt en het Westen, is jarenlang onbeantwoord gebleven. De laatste jaren had de Hezbollah, die nooit ontwapend is, echter erg veel invloed op de Libanese politiek. Zoals bekend heeft Israël de beweging eind vorig jaar militair een zó harde nederlaag toegebracht dat ze feitelijk lijkt te zijn uitgeschakeld. Dit temeer daar ook een einde is gekomen aan Assads regime in Syrië, een van Hezbollahs belangrijkste bondgenoten.

Inmiddels heeft het Libanese parlement, na een lange impasse, een president gekozen: Joseph Aoun. Er is sinds een paar dagen weer een kabinet. Van wat ik denk dat ik van het land begrijp, is dat kabinet goed van start gedaan, al realiseer ik me – zoals een bekend grapje luidt – dat als mensen denken Libanon te begrijpen, het hun vermoedelijk niet goed is uitgelegd. Dat de moord op Hariri een belangrijke gebeurtenis is geweest, zal echter niemand bestrijden.

#ÉmileLahoud #BasharAlAssad #Beiroet #Cederrevolutie #EliasHrawi #HassanNasrallah #Hezbollah #JosephAoun #Libanon #RafiqHariri #SaadHariri #SamirKassir #Solidere #TaIf #WalidJumblatt

RTL Nieuwsrtlnieuws
2024-11-24

𝗚𝗲𝗲𝗻 𝗼𝗻𝗱𝗲𝗿𝘄𝗶𝗷𝘀 𝗶𝗻 𝗟𝗶𝗯𝗮𝗻𝗲𝘀𝗲 𝗵𝗼𝗼𝗳𝗱𝘀𝘁𝗮𝗱 𝗕𝗲𝗶𝗿𝗼𝗲𝘁 𝘁𝗼𝘁 𝗲𝗶𝗻𝗱 𝗱𝗲𝗰𝗲𝗺𝗯𝗲𝗿

Alle lessen in de scholen en de universiteiten in de Libanese hoofdstad Beiroet zijn tot eind december stilgelegd vanwege Israëlische luchtaanvallen. Dat heeft de Libanese minister van Onderwijs, Abbas Halabi, vanavond aangekondigd.

rtl.nl/nieuws/artikel/5482048/

RTL Nieuwsrtlnieuws
2024-11-23

𝗗𝗼𝗱𝗲𝗻𝘁𝗮𝗹 𝗕𝗲𝗶𝗿𝗼𝗲𝘁 𝗻𝗮 𝗯𝗼𝗺𝗯𝗮𝗿𝗱𝗲𝗺𝗲𝗻𝘁 𝗹𝗼𝗼𝗽𝘁 𝗼𝗽 𝘁𝗼𝘁 20: '𝗭𝗶𝗷𝗻 𝘄𝗶𝗷 𝗴𝗲𝗲𝗻 𝗺𝗲𝗻𝘀𝗲𝗻?'

Het dodental als gevolg van een Israëlisch bombardement op de Libanese hoofdstad Beiroet op de vroege zaterdagochtend is inmiddels opgelopen naar twintig. Bij de aanval, volgens het Israëlische leger gericht op een hooggeplaatste Hezbollah-commandant, stortte een flatgebouw in....

rtl.nl/nieuws/buitenland/artik

RTL Nieuwsrtlnieuws
2024-11-23

𝗭𝗲𝗸𝗲𝗿 11 𝗱𝗼𝗱𝗲𝗻 𝗲𝗻 𝘁𝗶𝗲𝗻𝘁𝗮𝗹𝗹𝗲𝗻 𝗴𝗲𝘄𝗼𝗻𝗱𝗲𝗻 𝗯𝗶𝗷 𝗜𝘀𝗿𝗮ë𝗹𝗶𝘀𝗰𝗵𝗲 𝗹𝘂𝗰𝗵𝘁𝗮𝗮𝗻𝘃𝗮𝗹𝗹𝗲𝗻 𝗼𝗽 𝗕𝗲𝗶𝗿𝗼𝗲𝘁

Luchtaanvallen door het Israëlische leger op het centrum van Beiroet hebben aan zeker 11 mensen het leven gekost. Volgens het Libanese ministerie van Gezondheid kan het dodental nog oplopen.

rtl.nl/nieuws/artikel/5481854/

2024-10-25

Druzen en Maronieten (2)

Christelijke vluchtelingen

In 1860 brak een grootschalige burgeroorlog uit tussen de Druzen en de Maronieten in het Libanongebergte. Het conflict hing al een tijd in de lucht en zou uiteindelijk ook Damascus treffen. Er zijn allerlei verslagen van de verschrikkingen uit deze dagen, die uiteindelijk leidde tot een Franse interventie. Een van de ooggetuigen was de Britse consul in Beiroet, Charles Churchill, die was getrouwd met een Libanese en in het land woonde. Hun dochters zouden trouwen met Druzische prinsen.

Zijn verslag van de eerste gevechten, te vinden in The Druzes and the Maronites under the Turkish Rule from 1840 to 1860 (1862), is verward en op allerlei punten onjuist. Hij maakt echter duidelijk dat de Ottomaanse autoriteiten, die aanvankelijk nog het gezag hadden om een conflict te temperen, uiteindelijk de situatie niet meer controleerden. Het boek eindigt met een Havelaar-achtig appel aan de Europese vorsten om te interveniëren.

***

Op 3 augustus 1859 vond er een ernstig incident plaats tussen de Druzen en de Maronieten in het dorp Beit Mery, op drie uur afstand, in de bergen, van Beiroet. De aanleiding was een ruzie tussen een Druzische en een christelijke jongen.

Na afloop daarvan maakte de vader van laatstgenoemde, daarin bijgevallen door drie andere Maronieten, verwijten aan de vader van de Druzische jongen. Hij stond erop dat die zijn zoon zou straffen. De Druzische vader informeerde zijn verwanten, die, zeer opgewonden, versterkingen lieten komen van Druzen uit naburige dorpen. De volgende ochtend kwamen ze bijeen om excuses te eisen voor de belediging. De Maronieten stonden op het punt om op dat verzoek in te gaan, toen een paar Druzen bij wijze van bravoure hun musketten afvuurden. Eerstgenoemden, die dit opvatten als provocatie, grepen naar hun wapens en vuurden een salvo af op de Druzen, gevolgd door een krachtige aanval. De Druzen werden met grote verliezen uit het dorp verdreven.

De volgende dag, een zondag, hergroepeerden de Druzen. Een wanhopig treffen tussen de twee sekten volgde. Het duurde de hele dag en dit keer werden de christenen verslagen. Over het geheel genomen hadden de Druzen echter achtentwintig doden meer dan de christenen, die bij deze gelegenheid ongewone moed hadden getoond.

Bemiddeling

De Turkse autoriteiten waren duidelijk verrast. Er werd onmiddellijk een officier naar het dorp gestuurd, die de belangrijkste overtreders van beide kanten in verzekerde bewaring nam en een ogenschijnlijke verzoening tot stand bracht.

De Druzen in andere delen van het gebergte hadden het gevecht echter opgevat als begin van een burgeroorlog. Woedend over hun onverwachte nederlaag en hun zware verliezen, waren ze onder leiding van een van hun sjeiks al begonnen met het platbranden van enkele christelijke dorpen, toen Khurshid Pasha, gealarmeerd door de ernst van de gebeurtenissen, met enige soldaten oprukte naar een centraal punt aan de Damascusweg, om zo de verdere voortgang van de ellende te stoppen.

Ter plekke ontbood hij de leiders van de twee partijen en beval hun de vrede te bewaren. De orde werd onmiddellijk hersteld. Maar de Druzen die de genoemde wandaden hadden begaan, werden niet gestraft of gearresteerd. Het vermogen van de Turk om de bergbewoners tot gehoorzaamheid te dwingen, werd zo duidelijk bewezen. Er was geen artillerie, cavalerie of troepenmacht nodig geweest om de strijders van elkaar te scheiden. Niemand wilde een burgeroorlog. Iedereen wilde dat de vijandelijkheden ophielden – en ze hielden op.

Escalatie

Maar iedereen die het temperament van de strijdende partijen kende, zag dat een burgeroorlog, ondanks dit respijt, vanaf nu nog maar een kwestie van tijd was. Twee weken later heerste er een algemene onrust in de Druzische districten van de Libanon. Geïsoleerde christenen, soms zelfs groepen christenen, werden door de Druzen aangevallen en vermoord op de hoofdwegen. Ontzet en ongerust verlieten hele families christenen hun dorpen en zochten hun toevlucht in centrale plaatsen als Zahlé en Deir el-Qamar.

Er kon nu geen twijfel meer bestaan over de aard van de Druzische agressie, en de christenen namen uit zelfverdediging de handschoen op. Op 27 mei [1860] rukten de mannen van Zahlé, 3000 in getal, op naar het Druzische dorp Ain Dara. Ze werden op de Damascusweg opgewacht door 600 Druzen, aangevoerd door hun sjeiks. Zo vond het eerste geregelde gevecht tussen de twee bevolkingsgroepen plaats. De strijd duurde de hele dag en eindigde in een nederlaag van de christenen, die zich in opperste verwarring terugtrokken.

De Druzen volgden hun succes snel op en verspreidden zich naar het naburige district Metn, waar ze even succesvol waren en enkele christelijke dorpen platbrandden. Gedurende de rest van de burgeroorlog, die een maand duurde, was dit district het toneel van voortdurende gevechten tussen de vijandige partijen. Ze streden met afwisselend succes, totdat alle dorpen, in totaal meer dan zestig, waren vernietigd.

Op 28 mei stuurden de opstandige Maronieten van Kesrouan, uit angst voor het lot van hun geloofsgenoten in het dorp Baabda, ooit een residentie van de Shehab-emirs, op een uur afstand van Beiroet, een groep van driehonderd man om hen te beschermen.

Op de ochtend van de 30e mei daalden de Druzen, na daartoe een afspraak te hebben gemaakt met de Turken, en zelfs wachtend op hun signaal, af van de bergen boven het zojuist genoemde en inmiddels verlaten dorp, en begonnen een woedende aanval. De christenen – mannen, vrouwen en kinderen uit de nabije omgeving – vluchtten in opperste ontzetting.

Honderd Turkse soldaten, eerder opgesteld om de Druzen te ondersteunen, sloten zich nu aan bij de achtervolging van de vluchtelingen. De Turkse cavaleristen deden ook mee aan deze achtervolging, hieuwen elke christen die ze tegenkwamen neer en beroofden en molesteerden de vrouwen die de Druzen nog niet hadden mishandeld. De Turken waren al met het brandschatten begonnen vóór de Druzen ter plekke waren. Het christelijke verlies aan mensenlevens was niet heel groot, maar de hoeveelheid verwoeste eigendommen was immens.

***

PS

U hebt begrepen dat ik deze dagen extra blog over Libanon omdat het land, dat al rijk is aan problemen, er een oorlog bij krijgt. Mijn blogjes zullen de situatie daar niet verbeteren, maar u kunt dat wel. Als u wat kunt missen, doneer dan voor de zorg van de vluchtelingen: dit is een project van iemand die ik persoonlijk ken en vertrouw.

#Beiroet #CharlesChurchill #DeirAlQamar #druzen #Libanon #maronieten #Zahlé

2024-10-22

Benjamin van Tudela in Libanon

Het verzwolgen Tyrus, dat ook Benjamin van Tudela zag.

In 1160 vertrok Benjamin van Tudela, niet ver van Pamplona, voor een lange reis naar het oosten. Op weg naar Jeruzalem bezocht hij ook de Libanese havensteden; op de terugreis bezocht hij ook Irak, Jemen en Egypte. Na zijn terugkeer in 1173 gaf hij een soort interview, wat leidde tot een niet door hem geschreven, maar wel in de eerste persoon verteld reisverslag.

Hij heeft veel aandacht voor het joodse leven in de door hem bezochte steden en identificeert allerlei moderne plaatsen met plekken uit de Bijbel. Dat doet hij, naar huidige inzichten, niet altijd accuraat.

***

Van Latakia is het twee dagen reizen naar Jableh, dat is Baal-Gad, aan de voet van Libanon. In de buurt woont een volk dat de Assassijnen wordt genoemd. Ze geloven niet in de religie van de Islam, maar volgen een van hun eigen mensen, die ze beschouwen als profeet. Ze doen alles wat hij hun opdraagt en noemen hem Sheik Al-Hashishim. Hij staat ook wel bekend als hun Oudste.

Hun residentie heet Qadmus, dat is Kedemoth in het land van Sihon. Ze zijn trouw aan elkaar, maar een bron van terreur voor hun buren. Ze doden zelfs koningen, ook als het ten koste gaat van hun eigen leven. De omvang van hun land is acht dagen reizen. Ze zijn in oorlog met de zonen van Edom, die ook wel Franken worden genoemd, en met de heerser van Tripoli, dat ook wel het Tarabulus van het Oosten heet.

In Tripoli was in vroeger jaren [1051] een aardbeving, waarbij veel heidenen en Joden omkwamen doordat huizen en muren op hen vielen. Er was toen grote verwoesting in het Land van Israël. Meer dan 20.000 zielen kwamen om.

Vandaar is het een dag reizen naar een ander Gebela, dat is Byblos. Het grenst aan het land van de kinderen van Ammon, en hier zijn 150 Joden. De plaats staat onder de heerschappij van de Genuezen; de naam van de gouverneur is Willem Embriaco. Hier is een tempel gevonden die in vroeger tijden toebehoorde aan de Ammonieten, met een afgodsbeeld dat zat op een troon of stoel, gemaakt van steen en bedekt met goud. Er waren ook twee zittende vrouwen afgebeeld, één rechts en één links van de afgod. Er stond een altaar, waar de Ammonieten plachten te offeren en wierook brandden.

Er zijn daar ongeveer 200 Joden. Aan hun hoofd staan Rabbi Meir, Rabbi Jakob en Rabbi Simchah. Byblos vormt de noordelijke zeegrens van het Land van Israël.

Van daar is het twee dagen reizen naar Beiroet, of Beeroth, waar ongeveer vijftig Joden wonen, met aan het hoofd Rabbi Salomo, Rabbi Obadja en Rabbi Jozef.

Van daar is het één dag reizen naar Saida, dat is Sidon, een grote stad, met ongeveer 20 Joden.

Tien mijlen landinwaarts woont een volk dat in oorlog is met de mannen van Sidon. Ze worden Druzen genoemd en zijn heidenen met een wetteloos karakter. Ze bewonen de bergen en de spleten tussen de rotsen, en hebben geen koning of heerser, maar wonen onafhankelijk in deze hoge plaatsen. Hun land strekt zich uit tot de berg Hermon, die drie dagen verder ligt.

De Druzen zijn de belichaming van de ondeugd. Broers trouwen er met hun zusters, en vaders met hun dochters. Ze hebben één feestdag in het jaar, waarop ze allemaal samenkomen, zowel mannen als vrouwen, om samen te eten en te drinken, en dan wisselen de mannen hun vrouwen uit. Ze zeggen dat op het moment dat de ziel het lichaam verlaat, deze in het geval van een goede man overgaat in het lichaam van een pasgeboren kind, maar in het geval van een slechte man in het lichaam van een hond of een ezel. Dat is hun dwaze geloof.

Er wonen geen Joden onder hen, maar verschillende Joodse handwerkslieden en ververs komen bij hen om handel te drijven. Ze keren heelhuids terug, omdat die mensen de Joden gunstig gezind zijn. De Druzen zwerven over de bergen en de heuvels en niemand kan met hen vechten.

Van Sidon is het een halve dag naar Sarepta, dat bij Sidon hoort. Van daar is het een halve dag naar Tyrus, dat een heel mooie stad is, met een haven in het midden. In de nacht gooien de bewakers een ijzeren ketting van de ene naar de andere toren, zodat niemand per boot of op een andere manier kan uitvaren om ’s nachts schepen te beroven. Er is geen haven als deze in de hele wereld.

Tyrus is een prachtige stad. Er wonen ongeveer 500 Joden, waaronder Talmoedgeleerden. Aan het hoofd staan de dayan Rabbi Ephraim van Tyrus, Rabbi Meir van Carcassonne en Rabbi Abraham, het hoofd van de gemeente. De Joden bezitten zeeschepen en er zijn onder hen ook glasmakers, die het fijne Tyrische glaswerk maken dat in alle landen wordt gewaardeerd.

Wie de muren van het huidige Tyrus beklimt, kan het oude Tyrus, dat door de zee is verzwolgen, op een steenworp zien liggen. Als je de boot neemt, kun je de versterkingen, marktplaatsen, straten en paleizen zien liggen op de bodem van de zee.

***

PS

U hebt begrepen dat ik deze dagen extra blog over Libanon omdat het land, dat al rijk is aan problemen, er een oorlog bij krijgt. Mijn blogjes zullen de situatie daar niet verbeteren, maar u kunt dat wel. Als u wat kunt missen, doneer dan voor de zorg van de vluchtelingen: dit is een project van iemand die ik persoonlijk ken en vertrouw.

#assassijnen #Beiroet #BenjaminVanTudela #Byblos #druzen #Libanon #Sarepta #Sidon #TripoliLibanon_ #Tyrus

RTL Nieuwsrtlnieuws
2024-10-21

4 𝗱𝗼𝗱𝗲𝗻 𝗱𝗼𝗼𝗿 𝗜𝘀𝗿𝗮ë𝗹𝗶𝘀𝗰𝗵𝗲 𝗮𝗮𝗻𝘃𝗮𝗹𝗹𝗲𝗻 𝗶𝗻 𝗱𝗶𝗰𝗵𝘁𝗯𝗲𝘃𝗼𝗹𝗸𝘁𝗲 𝘄𝗼𝗼𝗻𝘄𝗶𝗷𝗸 𝗕𝗲𝗶𝗿𝗼𝗲𝘁

Bij Israëlische luchtaanvallen op Beiroet zijn zeker vier doden en meerdere gewonden gevallen, meldt het Libanese ministerie van Gezondheid. Onder de doden zou een kind zijn.

rtl.nl/nieuws/buitenland/artik

RTL Nieuwsrtlnieuws
2024-10-10

𝗕𝗼𝗺𝗯𝗮𝗿𝗱𝗲𝗺𝗲𝗻𝘁 𝗼𝗽 𝗰𝗲𝗻𝘁𝗿𝘂𝗺 𝗕𝗲𝗶𝗿𝗼𝗲𝘁: 22 𝗱𝗼𝗱𝗲𝗻, 𝗿𝘂𝗶𝗺 𝗵𝗼𝗻𝗱𝗲𝗿𝗱 𝗴𝗲𝘄𝗼𝗻𝗱𝗲𝗻

In het centrum van Beiroet zijn gisteren 22 mensen om het leven gekomen, meldt het Libanese ministerie van Volksgezondheid. Zeker 117 anderen raakten gewond. Volgens Libanon zit Israël achter de aanval.

rtl.nl/nieuws/buitenland/artik

RTL Nieuwsrtlnieuws
2024-10-06

𝗢𝗽𝗻𝗶𝗲𝘂𝘄 𝗹𝘂𝗰𝗵𝘁𝗮𝗮𝗻𝘃𝗮𝗹𝗹𝗲𝗻 𝗼𝗽 𝘄𝗶𝗷𝗸𝗲𝗻 𝗶𝗻 𝘇𝘂𝗶𝗱𝗲𝗻 𝘃𝗮𝗻 𝗕𝗲𝗶𝗿𝗼𝗲𝘁

Het Israëlische leger heeft gisteravond aanvallen uitgevoerd op zuidelijke buitenwijken van Beiroet. Intussen zijn in Gaza achttien mensen gedood door een Israëlische luchtaanval op een moskee in Gaza. Volg de ontwikkelingen in het Midden-Oosten in dit liveblog.

rtl.nl/nieuws/buitenland/artik

2024-10-05

[07:47] Student Aya Boustany (20) uit Libanon haalde in Leeuwarden feestelijk haar diploma op. 'Ik ben hier, maar ik hoor en voel de explosies'

Aya Boustany (20) uit Libanon haalde donderdag in Leeuwarden haar diploma bij de Fryslân Campus op na een hachelijke reis vanuit haar thuisland. Terwijl Nederlanders uit Libanon vrijdag gerepatrieerd werden, vliegt zij zaterdag terug naar Beiroet.

lc.nl/friesland/Ik-ben-hier-ma

#AyaBoustany #20 #Libanon #Leeuwarden #FryslânCampus #Nederlanders #zaterdag #Beiroet

Client Info

Server: https://mastodon.social
Version: 2025.07
Repository: https://github.com/cyevgeniy/lmst