Studie Haskoning: “Potentie” van SMRs is een opeenstapeling van nadelen
Vandaag publiceerde het kabinet het rapport “Ruimtelijke en Energetische inpassing van Small Modular Reactors (SMR’s) bij de industrie”, vergezeld van een Kamerbrief die stelt dat SMR’s “potentie” hebben voor de Nederlandse industrie na 2035. Een zorgvuldige bestudering van het rapport laat echter een heel ander beeld zien. In plaats van een toekomstbestendige kernenergievorm schetst het document een technologie die verre van marktrijp is, ruimtelijk nauwelijks in te passen blijkt en economisch vooral op overheidssteun leunt.
Uit de analyse van de onderzoekers blijkt dat de regio waarvoor het onderzoek is uitgevoerd, de Schelde‑Deltaregio, de komende decennia juist kampt met een structureel elektriciteitsoverschot ("congestie"). Door de combinatie van bestaande productie uit de kerncentrale Borssele, snelle groei van wind‑op‑zee en geplande nieuwe kerncentrales loopt de capaciteit op tot meer dan 13 gigawatt richting 2050. Hierdoor ontstaat jaarlijks een structureel productieoverschot van tientallen terawattuur. Extra elektriciteitsproductie door SMR’s vergroot deze exportdruk en biedt nauwelijks toegevoegde waarde voor de Nederlandse energievoorziening.
Waar het kabinet stelt dat SMR’s vooral interessant zijn voor industriële warmtelevering, laten de onderzoekers zien dat geen van de korte‑termijnreactoren die rol kan vervullen. De eerste commerciële SMR‑ontwerpen van het type Gen III+ leveren slechts stoom van 200 tot 300°C, wat veel te laag is voor procesindustrie. Alleen geavanceerdere Gen IV‑reactoren kunnen de benodigde procestemperaturen van 400 tot 600°C halen, maar deze technologie is volgens het rapport pas na 2040 realistisch beschikbaar. Bovendien zijn de splijtstofketens die hiervoor nodig zijn — waaronder HALEU, TRISO‑brandstof en gesmoltenzoutsystemen — nog niet ontwikkeld of gecertificeerd. Daarmee zijn SMR’s geen antwoord op de warmtevraag die de industrie nu en in de komende tien jaar heeft.
Ook ruimtelijk gezien toont het rapport een reeks fundamentele problemen. Alle onderzochte locaties in Zeeland liggen in óf grenzend aan Natura 2000‑ en NNN‑gebieden. In sommige gevallen gaat het zelfs om direct verlies van beschermde natuurgronden. De onderzoekers constateren dat alleen het Sloegebied en het Dow‑terrein in Terneuzen überhaupt enige potentie hebben, maar zelfs daar spelen ecologie, veiligheidscontouren, ruimtegebrek en hoogwaterbescherming een grote rol.
De economische haalbaarheid van SMR’s is volgens het rapport hoogst onzeker. Investeringskosten van €3.000 tot €7.000 per kWe en een kostprijs van €60 tot €120 per megawattuur zijn gebaseerd op theoretische modellering, niet op bestaande installaties. Er bestaat wereldwijd nog geen enkel commercieel operationeel SMR‑project. De onderzoekers wijzen bovendien op recente vertragingen en beëindigde projecten, wat de risico’s verder onderstreept. Bedrijven zijn volgens het rapport terughoudend: de benodigde contractduren van 30 tot 40 jaar, de technische onzekerheden en het ontbreken van praktijkervaring maken dat vrijwel geen enkele industriële partij een SMR wil realiseren zonder forse overheidsgaranties en risicodeling.
Ook het vergunningenproces blijkt allesbehalve eenvoudig. Een SMR valt volledig onder de Kernenergiewet en kent precies dezelfde grondige, langdurige procedures als conventionele kerncentrales. De onderzoekers merken expliciet op dat een SMR niet sneller te realiseren is dan een conventionele reactor. Alleen de locatiekeuze duurt al circa 3,5 jaar. Bovendien ontbreekt in Nederland elke vorm van richtafstanden of ruimtelijke kaders voor SMR’s, waardoor provincies deze zelf moeten opstellen — opnieuw een bron van vertraging en onzekerheid
Het nieuwe SMR‑rapport bevestigt vooral dat SMR’s in Nederland geen realistische bijdrage leveren aan de energie‑ en klimaatdoelen van de komende decennia. De technologie is technisch onvolwassen, ruimtelijk problematisch, economisch riskant en afhankelijk van publiek geld, terwijl de regio waarvoor het kabinet dit rapport liet schrijven helemaal geen extra kernproductie nodig heeft. Waar het kabinet spreekt van “potentie”, laat het rapport vooral risico’s, beperkingen en vertraging zien. SMR’s zijn geen oplossing voor de industrie, maar een toekomstige mogelijkheid met grote onzekerheden — en zeker geen technologie om op korte termijn op in te zetten.
#Congestie #GenIV #GesmoltenZout #HALEU #Haskoning #SMRs #Stikstof #TRISO



