Ontcijferd: Kryptisch-B
De Vierde Grot van Qumran, waar de teksten in Kryptisch-B zijn aangetroffen.Eén van de meest tot de verbeelding sprekende soorten oudheidkundig onderzoek is de ontcijfering van een onbekend schrift, zoals de hiërogliefen, de diverse soorten spijkerschrift, het Lineair-B en – nog niet zo lang geleden – het Lineair Elamitisch. Dit type werk veronderstelt altijd een grote verzameling teksten, omdat het denkbaar is dat je een ontcijfering bedenkt die weliswaar consistent is, maar desondanks niet correct. Pas als je een fors corpus hebt, kun je zien of je oplossing klopt en is verificatie denkbaar. Van het nog niet ontcijferde Lineair-A zullen we de ontcijfering nog wel beleven, omdat het corpus nog altijd groeit, maar het Byblosschrift zal wel eeuwig een raadsel blijven. Al kunnen we natuurlijk een keer geluk hebben.
Kryptisch-B
Dat gold bijvoorbeeld voor het Kryptisch-B, dat we alleen kennen uit twee Dode-Zee-rollen, 4Q362 en 4Q363, plus enkele passages in andere rollen waar de klerken middenin een Hebreeuwse tekst een stukje schreven in Kryptisch-B. Dat geheimschrift is onlangs ontcijferd door de Groningse onderzoeker Emmanuel Oliveiro. Maar hoe pak je zoiets aan als je eigenlijk nauwelijks voldoende data hebt?
Stap één: ga het aantal tekens tellen. Dat zijn er tweeëntwintig, en dat is net zo veel als het Hebreeuwse alfabet. Hieruit volgt dat je vrijwel zeker te maken hebt met een substitutieschrift, waarbij elk teken staat voor een letter. De volgende stap is dan het turven van de frequentie, want het meest voorkomende geheimschriftteken zal wel corresponderen met de meest voorkomende letter uit normale teksten. Zo is bijvoorbeeld de meest voorkomende letter in Nederlandse teksten de E, gevolgd door de N, de O, de T en daarna de A, D, R, I en L. Deze stap valt echter alleen te zetten als je een voldoende groot databestand hebt, en met twee Dode-Zee-rollen en wat fragmentarische woorden is dat er niet.
Oliveiro had echter geluk omdat een van die fragmentarische woorden leek te bestaan uit vijf tekens, die hij interpreteerde als yod, sin, resh, aleph, lamed ofwel Yisrael ofwel Israël. De yod is goed voor 11% van de karakters in een in normale Hebreeuwse letters geschreven tekst, de lamed voor 7½%, de aleph 6½%. Die drie letters zijn dus al goed voor een kwart van de tekst, en daarna was het mogelijk gangbare woorden (bijv. “Juda”) en standaardfrases (“de tenten van Jakob”) te herkennen. Hoewel het databestand klein is, hoewel we feitelijk alleen maar delen van zinnen van de slecht bewaarde teksten kunnen lezen, lijkt het erop dat Oliveiro een nieuw antiek schrift heeft ontcijferd. Verificatie mag dan moeilijk zijn, er is voldaan aan de coherentietheorie van de waarheid.
Waarom?
Het op het eerste gezicht wonderlijke is nu dat deze tekst, net als het materiaal dat is geschreven in het al eerder ontcijferde Kryptisch-A, eigenlijk helemaal niet zo bijzonder is. Hoewel Oliveiro, zoals gezegd, alleen maar delen van zinnen kan lezen, lijken er in deze teksten geen geheimen te worden weergegeven of bezweringen die niet met iedereen mochten worden gedeeld.
Desondanks is het toch zo wonderlijk niet. Kryptische teksten vallen in dezelfde categorie als de steeds langer wordende Griekse en Latijnse inscripties uit dezelfde tijd, die vaak vol afkortingen en – zeker in het Grieks – vol steeds gezochtere ligaturen zitten, d.w.z. in elkaar geschreven letters (vgl. œ en æ). Door de teksten ingewikkelder te maken, bakenden de opstellers zich af van het halfgeletterde grauw. Het gaf zowel de teksten als de schrijvers prestige en eigenlijk is het minder geheimschrift dan kalligrafie.
Literatuur
Emmanuel Oliveiro, “Cracking Another Code of the Dead Sea Scrolls: Deciphering Cryptic B (4Q362 and 4Q363) through Analysis and Intuition”, in: Dead Sea Discoveries (2025)
#coherentietheorieVanDeWaarheid #DodeZeeRollen #EmmanuelOliveiro #KryptischB #verificatie